In de afgelopen jaren schreef ik af en toe een column voor het maandblad De Nieuwe Koers, over christenen in en uit het Midden-Oosten. Deze columns zijn lastig te vinden, te meer omdat De Nieuwe Koers inmiddels onderdeel is geworden van het Nederlands Dagblad. Ik post ze hier opnieuw, in eigen opmaak, en met her en der een aantekening – soms is er al weer veel veranderd sinds ik dat schreef – in de wereld en in mijn eigen visie daarop. Dit stuk over de spanningen tussen Armeense en Joodse bewoners van de Oude Stad in Jeruzalem verscheen in De Nieuwe Koers van februari 2024 (18-19). Voor degenen die meer willen weten, ook over de ontwikkelingen na februari 2024, zie het interessante interview met jurist Karnig Kerkonian, die werkt voor Save the ArQ.

Jeruzalem is altijd het brandpunt geweest in de strijd om wie er in het Heilige Land mag wonen. Maar die strijd gaat niet alleen tussen Joden en Palestijnen. Ook de Armeniërs hebben een bijzondere band met de Oude Stad.
Eind vorig jaar raakten Armeense jongeren slaags met gemaskerde mannen op een parkeerplaats in Jeruzalem. De mannen waren ingehuurd door een Australische projectontwikkelaar die op die parkeerplaats bouwactiviteiten wil beginnen. De beelden hiervan gingen onmiddellijk viraal, ook in de wereldwijde Armeense gemeenschap. Zij volgen de ontwikkelingen in Jeruzalem op de voet, temeer omdat Armeniërs wereldwijd nog steeds geschokt zijn over het roemloze einde van de gemeenschap in de enclave Artsakh (Nagorno-Karabach) in Azerbeidzjan. Zonder steun van Rusland was het voor de enclave onmogelijk zich te verdedigen tegen de Azerbeidzjaanse legers.
In Jeruzalem gaat het om een flink stuk grond in het zuidwesten van de Oude Stad, het ‘Koeienveld’. De Armeense kerkleiding had dit gebied aan een projectontwikkelaar uitgegeven. Op basis van een 98-jarig leasecontract zou er een luxe hotel gebouwd worden. De Armeense gemeenschap was hier echter niet in meegenomen en reageerde furieus toen de deal naar buiten kwam. Onder zware druk van binnen en buiten heeft het patriarchaat de deal opgezegd, en de priester die verantwoordelijk was voor de vastgoedportefeuilleontslagen en uit de Armeense wijk verbannen.
Een rechtszaak volgde, maar in afwachting van een uitspraak heeft de projectontwikkelaar verschillende pogingen ondernomen om alvast met de werkzaamheden te beginnen. In reactie daarop bewaakt de Armeense gemeenschap de betwiste grond nu 24 uur per dag. En ondertussen is een stevige internationale campagne opgezet om geld en aandacht te genereren om de rechtszaak succesvol te kunnen voeren.
Waarom is dit stuk land zo belangrijk voor de Armeense gemeenschap? De meeste bezoekers van Jeruzalem zullen er ongemerkt langsgelopen zijn, verstopt als het ligt achter de hoge muren van de Armeense wijk. Naast de St. Jakobus kathedraal en het Armeens museum – beide op gezette tijden open voor bezoekers – omvat de Armeense wijk een veel groter stuk van de stad, met daarop onder andere een begraafplaats, een priesterseminarie en woonhuizen. In die huizen wonen veelal nakomelingen van vluchtelingen uit Turkije die na de genocide van 1915 in Jeruzalem terechtkwamen en daar werden opgevangen door de lokale Armeense gemeenschap.
De afgelopen decennia is deze gemeenschap gaandeweg kleiner geworden, onder druk van de politieke situatie in de regio die het leven voor christenen steeds moeilijker maakt. Maar ook het leven in de Oude Stad is zwaarder geworden –vandalisme van eigendommen en het bespugen van geestelijken komt steeds vaker voor. Ondertussen worden steeds meer huizen opgekocht door extremistische groepen die erop uit zijn de stad zo Joods mogelijk te maken. Vaak worden daarbij tussenpersonen ingeschakeld zodat de verkopers niet weten dat ze verkopen aan deze extremistische organisaties. Of de projectontwikkelaar ook banden heeft met de kolonistenorganisaties is onbekend, maar het is niet gek dat de meeste Armeniërs dat wel veronderstellen.
En daarmee wordt de mogelijke bebouwing van een parkeerplaats met een paar huizen erlangs opeens een supergevoelig onderwerp, zeker tegen de achtergrond van de oplaaiende spanningen in Gaza en de bezette Jordaanoever. Beide conflicten bevestigen voor de niet-Joodse bewoners van Israël/Palestina dat hun positie ter discussie staat, dat ze moeten afwachten of het recht aan hun kant staat, en dat veel van hun buren hen liever zien vertrekken.
De zaak van het Koeienveld is nog open – op het moment van schrijven is onduidelijk wie hier gaat winnen – maar de Armeniërs van Jeruzalem hebben de eerste slag in ieder geval gewonnen. Het is gelukt om het patriarchaat op zijn schreden te laten terugkeren, het is gelukt om de hulp in te schakelen van de wereldwijde Armeense diaspora, en het is gelukt om brede steun te verwerven van christelijke en Palestijnse organisaties in Jeruzalem en daarbuiten. Met vereende krachten heeft de slinkende lokale gemeenschap zichzelf weer op de kaart gezet. Dat neemt de kwetsbaarheid van de Armeense en andere christelijke gemeenschappen in Jeruzalem niet weg. Ook als deze zaak wordt gewonnen, blijft Jeruzalem een brandpunt inde strijd om wie er in dit land mag wonen. De Armeniërsvormen in dat krachtenspel een puzzelstukje dat gemakkelijk verplaatst kan worden. En net als in Artsakh zijn ze daarbij sterk afhankelijk van de steun van anderen, in Jeruzalem en wereldwijd. Sinds mensenheugenis staat Jeruzalem – for better or worse – in het middelpunt van wereldwijde belangstelling: hopelijk zal dat deze keer in het voordeel van de Armeniërs uitpakken.