Dit artikel verscheen eerder in De Nieuwe Koers van april 2024 (18-19). Sindsdien is de situatie in Gaza en de Palestijnse gebieden voor iedereen, moslims en christenen, alleen maar verslechterd. En ook als christenen wereldwijd zich daar langzamerhand meer van bewust worden, gebeurt er nog maar weinig dat de situatie echt laat kantelen. Hoop op verandering ten goede wordt steeds moeilijker, en toch blijven mensen – aan alle kanten van de hoge muren – bidden en werken voor een andere toekomst.

Begin maart is ook in Nederland Wereldgebedsdag gevierd. Elk jaar wordt door deze nu honderd-en-vijfjarige internationale oecumenische vrouwenorganisatie materiaal voor een gebedsviering gemaakt om daarmee de onderlinge verbondenheid te vieren en te versterken.
Dit jaar was de Palestijnse afdeling aan de beurt teksten en muziek voor te bereiden – een keuze gemaakt lang voordat de situatie van de Palestijnen opnieuw de voorpagina’s zou gaan domineren. Palestijnse vrouwen van verschillende kerken –Grieks-orthodox, luthers, rooms-katholiek – werkten samen aan een liturgie van bijbellezingen, liederen, gebeden en meditatie. Hierin komen verschillende vrouwen aan het woord die vertellen wie hen inspireren en wat het geloof daarin betekent. Onder hen is Lina, een nichtje van journaliste Shireen Abu Akleh die in mei 2022 door het Israëlische leger werd doodgeschoten. Het christelijk geloof vormde de inspiratiebron voor Shireen om via de journalistiek ‘liefdevol verzet’ te plegen, en dat inspireert Lina vandaag.
Maar de stem van deze vrouwen, en van de Palestijnse christenen in het algemeen, is de afgelopen maanden nauwelijks gehoord. Dat is tot op zekere hoogte begrijpelijk: christenen vormen in de Palestijnse gebieden maar zo’n tweeprocent van de bevolking en in Gaza is de christelijke gemeenschap verhoudingsgewijs nog veel kleiner: voor de bombardementen begonnen, waren er naar schatting nog zo’n duizend christenen, maar inmiddels is dat aantal ongetwijfeld lager.
Die veronachtzaming is ook begrijpelijk vanuit de perspectieven waarmee het conflict wordt benaderd: of het nu wordt gezien als een conflict tussen het islamitische Hamas en de staat Israël, of als een strijd om land tussen Israëli’s en Palestijnen, als een geopolitiek conflict over invloed in de regio, of als een noodzakelijke stap naar een sterke en grotere Joodse staat die onderdeel is van Gods plan voor de eindtijd –in geen van deze versies lijken de lokale christenen een rol te spelen. Voor christenen in Nederland zou dat natuurlijk niet uit moeten maken, maar daar zit solidariteit met de Joodse staat het horen van de Palestijnse stem in de weg – ook als die stem mogelijk een uitweg zou kunnen bieden in het gepolariseerde debat van vandaag.
Niet dat christelijke stemmen een eenduidige oplossing bieden. Palestijnse christenen denken verschillend over hoe Palestijns zelfbestuur eruit zou moeten zien en welke Palestijnse partijen en politici legitimiteit bezitten om dit te kunnen doen, over hoe en wanneer met Israël of Hamas kan worden samengewerkt, en wat voor verzet tegen de bezetting legitiem is.
Waar ze het wel over eens zijn, is dat de Israëlische bezetting van de afgelopen vijftig jaar het leven in de Palestijnse gebieden en Gaza gaandeweg onmogelijk heeft gemaakt, en dat daar een politieke oplossing voor moet komen. En ze zijn het erover eens dat het huidige geweld waarmee Israël de gehele bevolking van Gaza straft voor wat Hamas gedaan heeft, op geen enkele manier te verdedigen valt. Maar zoals blijkt uit de teksten die voor de Wereldgebedsdag geschreven zijn, gaat het verhaal van de Palestijnse christenen verder dan een politieke analyse. Het gaat er vooral over hoe je in zo’n politiek uitzichtloze situatie (en dat was nog voordat de huidige crisis uitbrak) als christenen moed houdt om door te gaan, om de gemeenschap te bewaren en te bouwen aan de toekomst. Hoe je, in het beeld van de teksten uit de liturgie, als een stevig gewortelde olijfboom steeds opnieuw – ook als er takken afgehakt worden of de boom ontworteld dreigt te worden – de hoop behoudt op nieuwe takken en jonge spruiten. Daarmee laten deze Palestijnse vrouwen zien dat hun blik op de situatie, juist als kleine minderheid die hard geraakt wordt door geweld en onderdrukking, een vruchtbare basis kan vormen voor het gevoelige gesprek over hoe het verder moet. Dan wordt duidelijk dat de positie van Hamas niet representatief hoeft te zijn voor wat Palestijnen denken en doen, dat land gedeeld kan worden in plaats van bezet, dat geopolitieke overwegingen gebaat zijn bij het perspectief van minderheden, dat de eindtijd niet alleen over een eindstrijd hoeft te gaan maar het visioen van een rechtvaardige vrede centraal kan stellen, en hoe je liefdevol verzet pleegt tegen de status quo. Dan doet het christelijke perspectief ertoe, en loont het, ook voor ons hier in Nederland, om dat perspectief voluit serieus te nemen.